Plaatsing & nazorg

Om je Lalegno-vloer tot zijn recht te laten komen, is het belangrijk dat deze op de correcte manier geplaatst wordt. Uiteraard wil je ook de vloer zo lang mogelijk in topconditie houden en hem met de nodige zorg en toewijding behandelen. Als je een paar eenvoudige regels in acht neemt over plaatsing, bescherming, reiniging en onderhoud, zal je langer genieten van je prachtige parket.

En met de superieure onderhoudsproducten die Lalegno je aanbiedt, blijft je parketvloer als nieuw.

Op welke ondergrond komt je parketvloer?

Alles begint bij de ondergrond voor je parketvloer. Welk type ondergrond je hebt, bepaalt de techniek en de materialen die je gebruikt voor de installatie van je vloer.

i. Vinyl, tapijt, kurk, laminaat en andere zachte of halfzachte ondergronden

Verwijder eerst deze vloerbedekkingen en volg daarna de tips die betrekking hebben op de laag die zich onder die vloerbedekking bevindt.

ii. Zavel

Parket plaatsen rechtstreeks op een zanderige ondergrond is geen goed idee, omdat de houten vloer op die manier rechtstreeks in contact staat met de vochtige ondergrond en je houten vloer op die manier onderhevig is aan de gevolgen van grondvocht. Graaf daarom het zandoppervlak voldoende diep uit en leg daarna een plastic folie die tegengaat dat er vocht doordringt. Daarop komt eerst een betonnen ondergrond en daarna een chape, eventueel voorzien van een vloerisolatie of vloerverwarming. Vraag hierover raad aan specialisten.

Na plaatsing van de dekvloer, volg je de richtlijnen die daarop van toepassing zijn.

iii. Houten roostering

Zorg ervoor dat de roostering stevig is en volledig waterpas. Om te voorkomen dat de vloer te veel zou doorbuigen, mag de maximale afstand tussen de middelpunten van twee naast elkaar liggende balken niet meer dan 40 cm zijn.

Parketvloeren van minimum 20mm dikte kunnen dan loodrecht op de lambourdes (roostering) geplaatst worden en in de tand worden vastgenageld. Dunnere parketvloeren komen voor deze plaatsingstechniek niet in aanmerking.

iv. Houten ondervloer of OSB-platen

Je kan er uiteraard ook voor kiezen om op houten roosteringen eerst een ondervloer aan te brengen. Vaak worden daarvoor OSB-platen gebruikt. Het is heel belangrijk dat die stabiel, stevig en waterpas op de balkenstructuur worden aangebracht.

Een voordeel van deze techniek is dat je nu zelf kan bepalen in welke richting je de parketplanken plaatst, want het niet langer noodzakelijk om de planken loodrecht op de roostering te leggen. Bovendien kan je nu ook kiezen voor een dunnere parketvloer (15 of 10mm, afhankelijk van de dikte van de OSB-plaat), waardoor je veel meer keuze hebt.

v. Bestaande parketvloer

Ook bovenop een oude parketvloer kan je een nieuw parket plaatsen. Zorg wel dat de planken van de oude vloer stabiel, waterpas en effen zijn, stevig vastzitten en niet door insecten aangetast zijn of tekenen van vocht of schimmel vertonen.

Plaats de nieuwe vloerdelen dwars op de oude planken. Hier heeft het geen belang welke dikte je nieuwe parketvloer heeft.

vi. Bestaande tegelvloer

Een meerlagenparket kan bovenop een bestaande tegelvloer of andere harde of glasachtige ondergrond geïnstalleerd worden (vb. keramische tegels, emailtegels, gepolijst marmer, natuursteen). Dat is zelfs een betere oplossing dan het eerst verwijderen van de tegelvloer omdat u zo het risico vermijdt dat onderliggende buizen of de chape beschadigd worden.

Zorg er wel voor dat alle losse tegels eerst vastgecementeerd zijn en stabiel, effen en waterpas liggen. Je brengt best een egaliserende laag aan.

Als je je parket op de tegelvloer wil vastlijmen, kan je het tegeloppervlak eerst opruwen, zodat de parketlijm zich beter aan de tegels hecht. Dat opruwen kan gebeuren met een diamantslijpschijf. Je kan er in plaats daarvan ook voor kiezen een hechtpromotor te gebruiken. Die zal je heel wat werk besparen.

vii. Anhydriet vloeichape

Anhydriet is een vloeibare chape, op basis van gips. Deze dekvloertechniek wordt tegenwoordig steeds vaker toegepast. Om succesvol een parketvloer te plaatsen op dit type ondergrond, let je op een aantal elementen:

  • Bepaal het vochtgehalte van de dekvloer met een elektronische vochtmeter of een calciumcarbidefles. De anhydriet chape mag maximaal 0,5% vocht bevatten. (Indien de vloer gecombineerd wordt met vloerverwarming mag zich maximaal 0,2% vocht in de anhydriet ondergrond bevinden.) Indien dat vochtgehalte hoger ligt, moet u de ondergrond eerst verder laten uitdrogen.
  • Als de ondergrond voldoende uitgedroogd is en zich in een optimale toestand bevindt je je parketvloer nu zwevend plaatsen.
  • Wil je de vloer op de ondergrond verlijmen, dan neem je nog enkele extra maatregelen:
    • Na de uitharding van de anhydrietdekvloer vormt zich aan de oppervlakte van de chape een dun laagje calciumsulfiet dat nadelig is voor de lijmhechting en daarom weggeschuurd moet worden. Je kan hiervoor een grove schuurschijf met titanium- of diamantkorrel gebruiken.
    • Het stof dat vrijkomt na het opschuren van de vloer belemmert een goed lijmcontact. Stofzuig dus zeer grondig na het schuren.
    • Verder is het nog aan te raden om de lijmhechting extra te verbeteren met een primer geschikt voor anhydrietdekvloeren.

viii. Zandcement chape

Ook als je te maken hebt met een zandcement chape moet je ervoor zorgen dat hij in goede staat verkeerd en goed uitgedroogd is voor je met de plaatsing van je parketvloer begint. De exacte bepaling van het vochtgehalte dient te gebeuren met een elektronische vochtmeter of een calciumcarbidefles. Voor cementdekvloeren bedraagt het maximale vochtpercentage 2,0%. (Als je de vloer combineert met vloerverwarming is dat maximum 1,7%.)

Je kan je vloer zwevend plaatsen of op de chape verlijmen.